Vier nachten waarnemen op La Palma met nieuwe telescoop

De voorbereiding

De trip naar La Palma stond al een tijdje in de planning, maar pas een aantal weken voor vertrek viel het besluit om een andere telescoop aan te schaffen. Dat stond dus eigenlijk los van de reis. Met lichte pijn in het hart neem ik afscheid van mijn 12” flextube; een geweldige telescoop voor gebruik in de buurt die me ontzettend veel heeft laten zien en mijn hobby nieuw leven heeft ingeblazen, maar hij is niet geschikt voor vliegreisjes en autotrips met het gezin aan boord. Vooral dat eerste wil ik in de toekomst wel vaker gaan doen om de écht mooie en donkere luchten op te zoeken.

Mijn keus valt op de Sumerian Alkaid 10”. Een handbagage-kofferdob waarmee ik er in formaat op achteruit ga, maar dit wordt gecompenseerd door de goede optiek die erin zit: een Orion Optics UK 250/1200mm – f/4,8 spiegel met 1/10 Lambda.

1 dag voor vertrek is de telescoop klaar (!) en kan ik hem komen ophalen. Wat een subliem stukje vakmanschap is deze telescoop! Het straalt een en al kwaliteit uit en ik ben er meteen helemaal weg van.

’s Avonds kan ik nog snel een poging doen om de telescoop op te zetten en dat lukt gelukkig aardig. Testen van de optiek zit er niet meer in en dat zal dus op La Palma moeten gebeuren…

Het geheel weegt 10,3 kg en ik moet het dus noodgedwongen in een (lichte) boodschappentas vervoeren als ik het mee de cabine in wil (en dat wil ik!). Het pakketje gaat uiteindelijk zoals op de foto hieronder mee het vliegtuig in, ter vergelijking ernaast de verrekijker:

image1

De telescoop komt wonderwel zonder verdere vragen door de security check, terwijl het er op het scherm toch behoorlijk verdacht uitziet allemaal met allerlei uitstekende toeters en bellen. Blijkbaar zijn ze wel wat gewend op Schiphol.

De reis verloopt soepel en op 7 maart komen we om 22.00 in ons huisje in Puntagorda aan.

 

Dag 1: De verwondering

Onderweg tijdens de bochtige rit naar het westen van het eiland zie ik af en toe kans om uit het raampje te kijken en zie meteen dat we hier goed zitten! Bij aankomst is de sterrenhemel overweldigend. Nog nooit heb ik deze zo mooi mogen aanschouwen. Ik kan er het eerste half uur alleen maar met open mond naar staren. Als mijn ogen gewend zijn aan het donker zie ik een prachtige wintermelkweg als een brede uniforme band van het Achtersteven en de Grote Hond boven Orion langs naar de Voerman lopen. Schitterend!

Wat me ook opvalt, en dat is misschien geen goed teken, is dat de sterren ontzettend fonkelen. In Nederland zie ik dat ook in mindere mate wel, maar hier is het net of er een soort warmte-vlies voor de sterren over het firmament is gespannen en lijken de sterren ietwat te bewegen of te trillen, ook vanuit je ooghoeken. Lastig uit te leggen.

Ik zie dat er vanaf het terras bij het huisje zicht is van ZZW tot NWW en dat laag waarnemen (onder de 15 graden) er niet echt in zit op het zuiden. Dat valt dus een beetje tegen. De SQM meter geeft max 21.63 aan en daar ben ik dan wel weer blij mee.

Ik besluit de bino er eens bij te pakken en hem op zijn statief te zetten. Helaas is er tijdens de reis een schroefje los geraakt en omdat ik op dat moment het euvel niet goed kan inschatten, kijk ik maar even uit de hand. Dat is ook niet verkeerd! Wat me opvalt is dat er ontzettend veel donkere nevels te zien zijn in en rond de melkweg. Ongelofelijk gewoon, want die zie ik in Nederland helemaal niet! Maar dat kan ook aan mezelf liggen omdat ik in Nederland nog nooit bij een hogere SQM dan 20,5 heb waargenomen…

De telescoop laat ik nog maar even voor wat het is, want ik heb hoofdpijn en ik ben moe. Eenmaal in bed zet ik geen wekker en val ik snel in slaap, achteraf toch een beetje spijt van omdat er zo’n prachthemel staat te wachten om bewonderd te worden terwijl ik mijn tijd lig te verdoen met slapen.

 

Dag 2:

Op dinsdag doen we boodschappen en brengen we een bezoek aan de Roque de los Muchachos. Eind van de middag zet ik de telescoop in elkaar en na het avondeten kan er waargenomen worden!

Mijn telescoop staat nu zoals hieronder opgesteld op het waarneemterras bij het huisje:

image2

Voor first light heb ik de Orion nevel in gedachten, dat verdient de telescoop wel 🙂

Maar omdat de zoeker nog niet goed staat afgesteld krijg ik eerst een ander object in beeld: de Vlamnevel ofwel NGC2024. Heel duidelijk te zien met aan twee kanten neveligheid en een soort zwartige streep ertussen, als een hamburger. Met OIII verdwijnt deze nevel bijna helemaal. Ook in de bino blijkt deze emissienevel hier trouwens prima zichtbaar te zijn!

Dan naar het object waar ik eigenlijk naar op zoek ben, M42/M43. Deze heb ik nog nooit met zoveel detail gezien. Een enorme wolk neveligheid met twee tentakels die reiken naar de ster Hatsya. Het beeld doet me denken aan een schorpioen met zijn twee scharen. De Mairan’s nebula laat duidelijk zijn komma-vorm zien, wat me nog niet eerder gelukt is. Het lijkt op een pacman die uit zijn mond nog wat lichte neveligheid uitademt. Om de omringende sterren in dit gebied is ook duidelijk neveligheid te zien. OIII krikt het contrast nog wat verder op bij M42 en in de 24mm (1,36° FOV) is de nevel mooi in één beeldveld te vatten. Wat een prachtgebied is dit toch, ik krijg hier nooit genoeg van.

Om 21.15 is de SQM inmiddels 21.67, door naar het volgende object waar ik nu het volste vertrouwen in heb: de Paardekopnevel (B33) in het achterliggende IC434. Wederom met de 24mm, dit keer voorzien van H-Beta filter ga ik op zoek. Als ik Alnitak heb gevonden zet ik hem net uit beeld en ga zitten turen. Meteen wordt een hele lichte strook zichtbaar met daarin een donkere inkeping. Wat leuk, hij is dus gewoon mogelijk met een 10”! Een hoofd (het blijft een edel dier…) herken ik er niet in, het blijft perifeer bij een inhammetje.

Het is inmiddels astronomisch donker en in het westen is het boven zee wat heiig, daarboven is duidelijk het zodiakaal licht te zien. Aan de andere kant lijkt in het zuidoosten een vage lichtkoepel zichtbaar. Op dat moment heb ik geen idee hoe dat mogelijk is, want er zou daar in het geheel geen strooilicht vandaan kunnen komen, maar bij later opzoeken vermoed ik dat het een helderder stuk melkweg is in het sterrenbeeld Carina en Puppis.

Met het H-Beta filter nog in de Panoptic geschroefd maak ik een uitstapje naar de California nevel, ofwel NGC1499 in Perseus. Een flauw schijnsel in de vorm van een langwerpige maansikkel is zichtbaar, maar met zijn 2,5 graden lengte is het niet goed te vatten in de dobson. Andere keer nog maar eens proberen met de verrekijker.

Tijd voor wat meer fotonen nu! M46 en M47 en het naastgelegen NGC2423 vormt een gebied dat eenvoudig met het blote oog te zien is (nog wat makkelijker zelfs dan M35). In de 24mm worden ontelbaar veel sterren zichtbaar en is ook de planetary NGC2438 (zonder filter) te zien. In de 10mm met OIII wordt de planetary ineens een stuk groter en is perifeer te zien dat deze een donutvorm heeft. Hij doet me een beetje denken aan de ringnevel.

Het is nu 22.10, de SQM is opgelopen naar 21.75 nadat mijn vriendin binnen het licht heeft uitgedaan (scheelt toch weer iets blijkbaar 🙂 Het is een graad of 5 en het voelt helemaal niet koud aan omdat het windstil is.

Ik doe eens gek en probeer Sirius B te zien, volgens mij heb ik nog nooit eerder een kijker op de helderste ster gericht dus zelfs Sirius A is voor mij een noviteit… Sirius danst, kookt, stuitert en flikkert of het een lieve lust en het zou een langturig project worden om hier nóg een sterretje naast te ontwaren. Dan maar eens de seeing checken op het trapezium (eerder niet goed naar gekeken). Oei, ik zie niet eens de E en F ster, dat is toch wel een zeldzaamheid. Met de transparantie zit het hier wel goed, maar de seeing is dus echt heel beroerd!

Door naar een clustertje die vanuit Nederland niet mogelijk is: Caldwell 71, ofwel NGC2477. Een compact open cluster vlakbij een helder sterretje met aan de onderkant een inhammetje en een strookje sterren naar beneden gericht. Mooi om te zien. M93 staat daar in de buurt en die wil ik nog eens zien omdat dat op de Knardijk zo moeizaam ging. Ik zie er hier wel veel meer sterren in staan, maar de seeing is zo slecht dat het zo dicht bij de horizon wel een golfslagbad lijkt zo trilt het hele beeld. Jupiter kan deze constatering alleen maar bevestigen; hij laat amper zijn wolkenbanden zien…

Wat hij wel laat zien is dat er 2 sterretjes haaks op de planeet staan, waardoor het geheel de vorm van het sterrenbeeld Zwaan krijgt.

Ik richt de kijker nu op M51 en zijn begeleider NGC5195. In de 24mm zijn ze prachtig te zien en van beide is een duidelijke kern te zien. M51 lijkt perifeer 3 spiraalarmen te hebben maar de brug kan ik niet ontdekken. In de 10mm ziet het er nog wat mooier uit en lijken de kernen nog iets wattiger.

Onderin M51 verschijnt nu een sterretje, van het kleinere stelsel af.

Dan naar een sterrenbeeld dat ik niet heel goed ken: Sextant. Daar staat de Spindle galaxy, ofwel NGC3115. Een ovaal en afgeplat stelseltje met een wat heldere kern. Niet heel boeiend, maar daar in de buurt staat de Ghost of Jupiter (NGC3242) en die is wel leuk, er staan zelfs een paar ghostmaantjes omheen 🙂 Het is een bijna perfect, grijzig bolletje, de diameter lijkt wel iets minder te zijn dan die van de echte Jupiter. OIII haalt hier helemaal niets uit.

De SQM blijft stabiel. Het is nu tegen enen en hij geeft 21.73 aan. Door naar de volgende stelsels die al geruime tijd op mijn wishlist staan: NGC4038/NGC4039, de welbekende Antennae galaxies. Dit is een mooi voorbeeld van twee stelsels die in elkaar vergroeid zijn. Het laat een hart-vorm zien, of nog beter: een baby in foetus houding. De een is net wat helderder dan de ander, maar ik kan niet achterhalen welke dat nu is. De tentakels die je op foto’s altijd zo mooi ziet kan ik niet ontdekken, daar is dan waarschijnlijk een wat grotere opening voor nodig. Er vlakbij staat nog een stelseltje: NGC4027. Wel wat zwakker dan zijn tweelingbuur, maar desondanks goed te zien. Deze heeft een ronde vorm met aan één kant een kleine inkeping zonder duidelijke kern. Ook NGC3981 woont hier in de straat, maar dit is er een die ’s avonds de gordijnen dichtdoet wat deze is wel echt een stuk zwakker. Hij heeft een ellipsvorm, of is eigenlijk meer een streepje en er staan mooi twee sterretjes omheen in een rechte lijn.

De vochtigheid is inmiddels aardig toegenomen en de telescoop is kletsnat. Gek genoeg zijn de spiegel en vangspiegel nog kurkdroog, dus ik kan gewoon lekker door. De oculairen moeten af en toe wel even worden opgewarmd, want die beslaan regelmatig. Ik heb nu ook geleerd dat het niet handig is om ze binnen in een doek op de verwarming te leggen, dat blijkt iets teveel van het goed te zijn 🙂

Nu naar de Sombrero galaxy; M104. Deze is duidelijk stukken helderder dan zijn voorgangers en laat duidelijk een ellipsvorm zien met een zeer heldere kern. Ook de donkere stoflaan die door het stelsel heen loopt is duidelijk te zien. Deze valt dus in de categorie: ruwe bolster, blanke pit.

Het is inmiddels 1.30 en het wordt tijd om af te sluiten. Ik heb de dagen hierna mij energie nog hard nodig en ik wil natuurlijk geen hele dagen in bed blijven liggen, dus ik ga slapen. Toch zet ik de wekker, omdat ik benieuwd ben wat er ’s ochtends vroeg voor nieuws zal verschijnen.

Dus om 5.45 sta ik weer buiten, met verrekijker en met telescoop. Het blijkt echter om 6.30 al weer behoorlijk licht te worden, dus ik heb niet echt mijn huiswerk goed gedaan omtrent zonsopkomst in deze regio. En jammer, want er is bewolking aan de hemel in het zuiden, precies het gebied dat ik wil gaan bekijken! Hé, maar wacht eens even… is dat wel bewolking? Die wolken geven wel erg veel licht en ze bewegen niet… OMG, het is de MELKWEG! Wat een surrealistische ervaring om die voor het eerst zo onvoorbereid te aanschouwen. Dit is echt ontzettend mooi!

De eerste 2 objecten die mijn aandacht trekken zijn M6 en M7 die ik een bezoekje breng. Verder bekijk ik nog M4. In eerste instantie vind ik hem nogal klein en tegenvallen, maar blijk ik naar NGC6144 te kijken, heel dicht bij Antares. M4 is dan een behoorlijke jongen en komt hier goed tot zijn recht omdat hij zo hoog staat. Er zijn zelfs in de 24mm wat sterretjes in op te lossen. In de 10mm lijkt er dan een lijntje van sterren in te staan. Erg mooi object.

Ik sluit af met Saturnus, maar de seeing is nog steeds niet om over naar huis te schrijven.

 

Dag 3: Messier Marathon!

Al uitgebreid beschreven.

 

Dag 4: Het afscheid

De vrijdagavond begint op het waarneemterras van de eigenaar van ons verblijf. Voor deze plek hoef ik alleen een trap op en is wat geschikter omdat laag waarnemen op ZZO mogelijk is tot 5 graden boven de horizon en van ZZO helemaal via het westen tot aan N ook goed waargenomen kan worden. Van N tot ZZO staat een fikse heuvel in de weg is er alleen boven de 30 graden iets te zien. Bovendien heeft het terras een laag bankje waar je op kunt zetten, wat spulletjes kunt uitstallen en de telescoop parallel aan kunt zetten om zittend op het zuiden waar te nemen. Dit is die plek:

image3

De host wil wel eens zien wat die vreemde kerel hier ’s nachts allemaal uitspookt, dus ik heb hem uitgenodigd om mee te kijken en hem wat te vertellen over astronomie. Ik heb dus geen lijst samengesteld voor vanavond, maar laat hem gaandeweg wat all time favorites zien. Al gauw roept hij zijn vrouw erbij en er volgen veel oooh’s en aaah’s. Waar ik me over verbaas is dat hij niet eens een verrekijker heeft om al dit prachtigs te bewonderen! Al was het alleen maar om af en toe eens casual een kwartiertje de hemel af te struinen en verder niks. Maar ze zijn wel erg onder de indruk en vinden het heel bijzonder dat je zoveel meer kunt zien dan met het blote oog. Mijn vriendin komt er ook nog bij en het is eigenlijk wel ontspannend om zo een avondje zonder waarneemstress door te brengen.

Toch wil ik de laatste uurtjes duisternis die mij resten op dit prachtige eiland niet onbenut laten en dus zet ik de wekker om 2.30. De perfecte timing voor achtereenvolgens de sterrenbeelden Centaurus, Lupus, Scorpio en Sagittarius.

Het eerste object is meteen een hele mooie: Omega Centauri, ofwel NGC5139. Met 50x zijn er al bijna individuele sterren te zien en er lijkt nog een krans van sterren omheen te staan. De kern is vrij groot, uniform helder tot aan zo’n 1/3 van de rand. Op 120x wordt hij nog mooier en vult behoorlijk het beeld op, ook al is dit met de 10mm Ethos. Aan de noord-, noordoost- en zuidkant is nu een uitloper te zien, waardoor het lijkt alsof de bolhoop wat naar rechts “verwaait”. Onderaan de bolhoop staat een lijntje van zwakke sterretjes die erlangs wijst en linksonder loopt de bolhoop in een soort punt waardoor hij na enig turen bijna een driehoekvorm krijgt. Ín de kern zie ik twee zwarte vlekjes, net alsof het oogjes zijn. Misschien zit daar wat donkere nevel voor? Apart om te zien.

Het volgende object is Centaurus A, ofwel NGC5128, iets ten noorden van de MonsterGlob. Ik zag ze hier op het forum laatst al eens samen op een foto in 1 beeld staan, erg gaaf! In de 10mm een nevel met een dikke donkere baan er doorheen waarbij de bovenkant wat compacter en helderder is dan de wat plattere onderkant van de hamburger (alweer een hamburger, heb ik soms honger?) Links onderin de stofband (die daar wat verder doorloopt en uitgesmeerd wordt) staat een zwak sterretje. Op het bovenste broodje van de hamburger staat nog een vrij helder sterretje.

Een ander object in Centaurus is NGC4945, of Caldwell 83. In de 10mm een groot en langwerpig sterrenstelsel. Naar rechtsonder loopt hij nog wat door en zie ik er een sterretje in staan. Xi-1 Centauri staat hier erg dicht in de buurt en stoort een beetje. Linksboven lijkt de kern iets helderder en rechts daarvan zit er perifeer een deukje in. In een rechte hoek met Xi-1 en X-2 staat nog een stelseltje; NGC4976. Deze is bijna perfect rond, een stuk zwakker en amper zichtbaar.

Om 3.30 is de temperatuur 6 graden en het is windstil, eigenlijk hetzelfde als de voorgaande avonden. De SQM geeft 21.6 aan en ik vraag me af hoeveel invloed de melkweg heeft op zo’n meting.

Aangekomen bij NGC5286 in dit gebied, of Caldwell 84. Deze staat vlakbij een flink heldere ster, maar eigenlijk wat te laag om mooi waar te nemen. Het bolhoopje is klein en er zijn alleen perifeer een paar individuele sterretjes te zien. Ik zoek het gauw wat hogerop.

Een rondje langs de planeten dan maar (met mijn andere oog). Jupiter laat zien dat de seeing wat beter is dan voorgaande avonden. Bij tijd en wijle komt de planeet erg scherp door, maar de GVR laat zijn GRS niet zien en ook geen festoons of andere saillante details. Mars stelt zwaar teleur. Het is een rood bolletje, maar de scherpte die ik bij Jupiter zie ontbreekt hier in het geheel terwijl ook deze planeet hier toch redelijk hoog staat. Hij trilt en er lijkt zelfs een soort wazige krans omheen te staan. Er zijn geen detais te zien. Ook Saturnus borrelt en zijn geen details op te zien. Wel zie ik een flink aantal maantjes, dus besluit ik hier later nog even naar terug te keren als de planeet op 40 graden hoogte staat.

Ik wreek mij nogmaals op M83, gewoon omdat het kan. Gisteren al in de bino gezien, maar nu dan met de telescoop. Het is een vlek met een centrale ster en twee heldere sterretjes aan weerszijden die het einde markeren van de stofbanden van het sterrenstelsel. Erboven staat nog een boogje van sterren, waarvan twee iets helderder zijn. Hij lijkt linksonder het centrale sterretje een inkeping te hebben waardoor hij niet helemaal mooi rond is.

Dan naar Virgo, want ik heb nog een appeltje te schillen met de Siamese tweeling aldaar: NGC4567 en NGC4568. Met 50x is in één beeld daarbij ook M58 te zien met daar tussenin NGC4564.

De tweeling is in eerste instantie lastig van elkaar te scheiden. Maar als ik goed kijk, zie ik toch twee afzonderlijke galaxies die samen een soort V-teken maken.

Dan wil ik ook Markarian’s Chain eens wat beter bekijken omdat ik er hier waarschijnlijk wat meer van kan zien dan thuis. En dat is inderdaad zo… Het is zo eenvoudig om te verdwalen in dit gebied. Er zijn zo ontzettend veel galaxies te zien als je wat aan het dobhoppen bent, ongelofelijk gewoon. Voor de ketting ga ik uit van M84 en M86, die kan ik dan nog wel vinden. En vanuit daar is dan een mooie boog van galaxies te zien en ik besluit ze maar eens op papier te zetten. Later zie ik dat ik een flink aantal stelsels heb getekend die niet bij de ketting horen, maar ook dat ik er eentje heb gemist die er wel in staat: NGC4443. Geen idee waarom ik die niet gezien heb. Hij lijkt nog redelijk groot, maar misschien is hij gewoon heel zwak.

Tijd voor clusters in Scorpio nu. Het eerste is Collinder 316 en is met het blote oog te zien als een wazige vlek over een groot gebied. Eronder bekijk ik NGC6231 in de telescoop. Er staan een stuk of 7 flink heldere sterren in, maar het cluster lijkt wat kleiner dan het in werkelijkheid is. Het wordt begrensd door een driehoek van heldere sterren. Door de lage stand krijg ik hem helaas niet heel scherp.

Dan NGC6124, een heel mooi los cluster dat lijkt op een spinnenweb omdat de sterren zo mooi evenwijdig zijn verdeeld en omdat het een klein kern-cluster bevat dat ook heel los is.

De melkweg komt nu ook op, ik zag het al een tijdje aankomen door de lichte gloed die er boven de horizon ontstond. Ik liet me weer in de luren leggen en vroeg me al weer af wat voor lichtvervuiling dit nu weer was. Blijkbaar ben ik dit soort pollution nog niet helemaal gewend… 🙂

Een planetary nu, NGC6153, ook in Scorpio. Met OIII filter lijkt hij vrij rond, heeft overal een gelijke helderheid zonder kern en is heel klein. Hij ligt in een soort bootje van 5 sterretjes.

De volgende is de Bug nebula, ofwel NGC6302, Deze is groter en een stuk helderder dan zijn voorganger. Ik zie geen vergelijking met een insect alhoewel er met enige fantasie rechtsboven twee pootjes te zien zijn, maar perifeer heeft hij wel wat weg van Saturnus. Linksonder is het “oor” wat helderder en loopt wat verder door (een loopoor?)

Een blote oog donker gebied dan, de Pipe Nebula of LDN 1773. Ik denk tenminste dat dit is wat ik zie. Een duidelijke horizontale zwarte streep een stukje onder Sabik (Ophiuchus) met aan de linkerkant een rechtop staand donker gebied. Heel mooi om dit zonder enig instrument te kunnen zien.

NGC6369 is dan de volgende planetary (omdat het OIII filter er nog in zit), de Little Ghost planetary. Deze is weer een stukje zwakker dan de vorige. Hij lijkt mooi rond, maar is aan één kant helderder waardoor het de vorm van een wieg krijgt. Staat vlakbij een klein sterretje.

Op zoek naar de Box nebula, NGC6309 verdoe ik 10 minuten van mijn tijd omdat ik starhop vanuit Saturnus in plaats van Sabik en de planetary zo natuurlijk niet kan vinden! Een klassieke fout, die ik ongetwijfeld nog vaker zal gaan maken in mijn leven…

Eenmaal tot dit besef gekomen vind ik hem snel. Deze is weer een stuk kleiner dan ik had verwacht en lijkt wat ellipsvormig. Hij is zo stellair dat ik hem maar net van een ster kan onderscheiden. Zonder OIII zie ik ineens dat er een sterretje tegenaan staat en dat dat hem waarschijnlijk zijn ellipsvorm gaf. Zonder OIII is hij nog kleiner en wat ronder dus.

De SQM is momenteel zo’n 21.6 en is een beetje afhankelijk van waar ik de meter op richt.

Tijd voor eye candy nu! te beginnen met een majestueuze bolhoop: M13. Hij staat hoog en komt ragfijn over in het oculair. Duidelijk zijn de tentakels te zien, sowieso een lange en een iets minder lange, maar daaronder ook nog twee pootjes waardoor het geheel op een helikopter lijkt. Hij heeft duidelijk een heldere kern en is een supermooi object om hier te zien. Wel een stuk kleiner dan Omega Centauri, de echte Master of the Universe.

De volgende is de Trifid nevel, M20. Die heeft duidelijk het vredes- (of anti-atoom) teken in zich en kijkt me eigenlijk wat boos aan. Ik moet een beetje lachen omdat hij me sterk doet denken aan een beerdiertje (zo een die de meest extreme omstandigheden weet te overleven) waarbij zijn neus een dubbelster is. Ook heeft hij een achterlijf die eindigt in een heldere ster. Het bestaat uit veel neveligheid en het voor-en achterlijf zijn gescheiden door een donkere band. Met OIII wordt de nevel een stuk donkerder en geeft niet meer details prijs dan zonder.

Vlak daarbij staat de Lagoon nevel, M8. Ik zie de garnaal vorm weer, net als gisteren, maar nu groter en omgekeerd. Het clustertje op zijn buik komt nu heel mooi tot zijn recht. Bij het puntje van zijn staart is nog wat neveligheid te zien en ook een donker wolkje. Het lijfje wordt gescheiden door verschillende stofbanen. Met OIII nu wordt het clustertje erin een stuk zwakker, maar is er wel neveligheid in te zien. De algehele neveligheid in het object wordt met filter ontzettend geaccentueerd en worden verschillen in helderheid beter duidelijk. De donkere stofbanen steken nu nog mooier af!

De omega nevel dan, weer zo’n plaatje hier in de buurt. Met OIII is het een fantastisch object. M17 lijkt op een langwerpige helm, compleet met neuskap en een inham bij de ogen. Bij de oortjes is wat neveligheid te zien. De helm zelf loop helemaal door naar boven en vult een flink deel van het beeld, ik denk bijna zo’n ½ graad in de 10mm Ethos. Bovenop is nog een streep te zien aan de voorkant van de helm, het helderste deel van de nevel. Bovenop is nog een soort kroontje van neveligheid te zien, die wordt begrensd door een paar sterretjes.

M16, de Adelaarsnevel is een mooi open cluster die gescheiden lijkt in twee delen waartussen zich “de vingers” moeten bevinden. Deze zijn uiteraard niet te zien, maar ook dit gebied kenmerkt zich weer door neveligheid zoals zoveel objecten in deze regio. Met OIII wordt dit nog ietsje beter zichtbaar.

Bovenin staat een soort steelpannetje van sterren. Onderin is het wat compacter met een stuk of 15 heldere sterren. Daar rechts van is nog een driehoekje van sterren zichtbaar. Tussen dit driehoekje en het compacte clustertje is een donkere inham te zien. Om de rechterkant van het cluster heen is een dikke band van donker stof als een halve cirkel te zien.

Bij het zwiepen naar M22 kom ik eerst NGC6642 tegen. Een kleine rakker waar een lijntje van sterren heen lijkt te staan. M22 zelf is groot, bijna net zo groot als M13 schat ik. Hij is onregelmatig van vorm, lijkt wat afgeplat te zijn en heeft een tentakeltje linksboven. Rechts onderin lijkt er nog een mini bolhoopje ín te staan, omdat het daar net even wat compacter is allemaal.

Nu kijk ik voor het eerst door een telescoop naar twee bolhopen in één beeldveld. Dit zijn NGC6522 en NGC6528, samen met de ster Alnasi. Het zijn kleine bolhoopjes, waarvan de 6522 het helderst is en 6528 is vrij diffuus.

Het begint lichter te worden en ik heb het idee dat geen zin heeft om nog verder waar te nemen. Met de SQM meet ik 21.1 en ik besef me dat ik daar in Nederland best een uur voor wil rijden, maar hier lijkt het of ik bijna geen sterren meer zie, hoe onwerkelijk!

Dan nog maar een laatste blik op de planeten, waarbij ik het langst bij Saturnus blijf hangen. De seeing is nog steeds slecht en is dus eigenlijk de hele week lang niet echt goed geweest. Maar de transparantie is dat zeker wel en ik kan behoorlijk wat maantjes ontwaren. Ik spot er zes en dat is eentje meer dan vorig jaar juni in de tuin. Degene die ik extra zie is Hyperion en dat verbaast me omdat deze een magnitude heeft van ongeveer 14, het maximaal haalbare met mijn telescoop. Het maantje is dan ook niet met direct zicht te zien en dus doop ik hem: Hyper(ife)rion.

Het is dan nu echt te licht om nog door te gaan en ik ruim het spul voor de laatste keer op. Ik kijk terug op een fantastische week en zat bij thuiskomst meteen al te kijken wanneer ik weer zou kunnen gaan! Ik hoop dit jaar nog…

Met de kennis van nu weet ik dat ik liever in vliegtickets (of kerosinefilter zo je wilt) investeer dan in nieuwe randzaken voor de telescoop. Een donkere hemel maakt pas echt een wereld van verschil en ik kan iedereen die dat nog niet weet van harte aanbevelen om dat ook te gaan ontdekken.

 

 

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s