Knardijk met bino als krachtpatser

De voorspellingen waren goed en eindelijk bleken deze voorspellingen ook eens uit te komen. Na het eten eerst eens met mijn oudste zoontje van 4,5 de tuin ingegaan om proberen een vallende ster te spotten. Dit wil hij namelijk al heel lang maar is nog nooit gelukt. We strijken ons neer op een tuinstoel, hij op schoot en met een warme deken over ons heen. We zien vliegtuigen en satellieten (papa, wat zijn dat eigenlijk?) overkomen, maar geen meteoren. Dan zie ik er eentje bijna in het zenit, maar mijn zoontje mist hem. Ik hou wijselijk mijn mond…

Het spul staat buiten al af te koelen en als de kindjes op bed liggen kan ik beginnen met waarnemen.

Hmmm, ondanks de transparante lucht is het toch nog wel erg licht in de tuin, misschien omdat het nog zo vroeg is en er gewoon nog veel stadslicht is. Na enige twijfel besluit ik om de telescoop en bino in de auto te gooien en naar de Knardijk te rijden, op 20 minuutjes rijden prima te doen van mijn huis. Eenmaal aangekomen zie ik dat het een goede keus is geweest! Om 20.15 kom ik aan en het is mooi donker, tot bijna aan de horizon is het nog prima gesteld met de kwaliteit van de atmosfeer. Goed transparant! Wel zijn er de bekende lichtkoepeltjes in het zuidoosten (Harderwijk/Zeewolde) en in het westen (Almere) maar ach, die zorgen voor weinig hinder. In het noordoosten tot zuidoosten is er vrij zicht tot op de horizon. In het zuiden kan er tot laag over de boomtoppen waargenomen worden. Wat een heerlijke locatie is dit toch! Elke keer verbaas ik me er weer over dat ik de enige ben (zo ook nu weer) die hier staat…

Ik zet mijn dobson (30cm) en mijn nieuw aangeschafte parallellogram-statief (Orion Paragon plus) op, ik schroef mijn 15×70 erop en het waarnemen kan beginnen. Doel van de avond is het uitproberen van mijn nieuwe statief, nieuwe OIII filter, een paar nog niet gelogde Messiers te scoren en kijken hoe ver ik met de Messiers kan gaan met de verrekijker, dit ter voorbereiding op de bino-thon over 9 (dan al?) weken. Het wordt dus vooral met 2 ogen kijken vanavond.

Ik begin met het vertrouwde dubbelcluster NGC 869/884, die stelt me nooit teleur. Met de 21mm Ethos in zijn geheel in beeld. Hoe donkerder de locatie, hoe meer sterren zich laten zien in verschillende kleuren. Prachtig!

Dan naar M42. Eigenlijk staat deze nog lang niet op zijn hoogst, maar ik kan niet wachten. Hiervoor heb ik mijn 24mm Panoptic meegenomen omdat daar het OIII filter in past. (Ik heb gekozen voor de 1,25” vatting vanwege het duale gebruik in de verrekijker). Zoveel detail heb ik nog niet eerder gezien in het kleine jaar dat ik nu aan het waarnemen ben (of eigenlijk in mijn hele leven). Wel valt het me op dat het beeldveld voor het mooie eigenlijk nét wat te klein is met de Pan. Ik vergelijk het beeld daarom eens met de 21mm Ethos + UHC, het beeld lijkt nu misschien iets lichter, maar er is veel detail te zien. De nevel is nu echt als een volle wolk te zien en 2 armen lijken zich uit te strekken naar de heldere ster onder de nevel (Iota?).

M43 lijkt minder baat te hebben bij een filter, hij is wel te zien, maar niet beter dan zonder OIII of UHC. De komma-vorm ontgaat me. Ook valt het me op dat veel omringende sterren (maar niet allemaal, dus geen dauw) door een nevelige gloed zijn omhuld. Waarschijnlijk typerend voor dit gebied?

Een stemmetje in mijn hoofd zegt dat ik toch echt een keer moet proberen een schets te maken, als er één gebied is dat zich hiervoor leent is dit het wel! Misschien een leuk project voor later dit jaar…

Een snelle blik op M78, staat toch in de buurt. Deze kan me net als de vorige sessie niet echt bekoren.

Nu door naar M77 in Cetus, want deze begin al wat af te zakken in het zuidwesten. Deze heb ik nog niet eerder gezien. Misschien heb ik hem vorig jaar niet gezocht, maar het kan ook zijn dat ik hem niet kon vinden vanuit de tuin. Nu met de dobson wel snel gevonden! Erg klein met heldere kern en een beetje waas er omheen vlakbij een klein sterretje. Met de bino vind ik hem ook gauw, nu is ie natuurlijk nóg kleiner, bijna een puntje, en het kleine sterretje ernaast lijkt haast een begeleider te zijn omdat deze ook wat waas lijkt hebben.

Dan naar M74 daar in de buurt, eerst met de dob. Die is een stuk lastiger te vinden zeg. Na enig zoekwerk toch gelukt. Groot en zwak, met een kleine kern en vlakbij een groepje van kleine sterren.

Met de bino dan toch ook nog redelijk snel gevonden. Het is nu niet meer dan een flauw schijnsel over een groot gebied. Nog net zichtbaar door er direct naar te kijken. Dit geeft de burger moed!

Op het programma staat nu de Sculptor dwarf (tip van hemel.waarnemen.com), maar die had ik beter bovenaan kunnen zetten want die is al verdwenen achter de bomen… volgende keer beter.

Nu de dubbele ogen op Andromeda gericht, M31 en consorten om precies te zijn. Nog niet eerder de nevel zo mooi kunnen bewonderen! Dit is toch wel een fantastisch object voor de verrekijker. Als een naald steekt hij omhoog. M110 is daar rechtsboven te zien en M32 als een wattige ster daar linksonder. Je moet goed weten waar je je ogen moet richten, anders kijk je er zo overheen. Ze vormen samen bijna een driehoek. Stofbanen waar ik wel eens over lees kan ik niet zien, lukt me ook nooit met de telescoop trouwens. Geen idee waarom, misschien weet ik gewoon niet goed waar ik op moet letten.

M33 is het volgende slachtoffer. Deze blijkt verdorie toch weer lastig te vinden, net als vorige keer. Maar eenmaal gevonden onmiskenbaar te zien als grote, uniforme vlek.

Een uitstapje naar Cassiopeia levert M103 op. Deze had ik opgeschreven, maar geen idee meer waarom. Misschien als test voor de bino omdat deze uit weinig sterren bestaan? Enfin, een klein cluster, lastig te onderscheiden van andere groepjes in dit sterrijke gebied. 3 sterren en een nog iets minder heldere er tussenin die uitlopen in een puntje waarmee het een driehoek vormt met daar tussen wat neveligheid. Of is dat maar schijn?

Op naar Taurus, voor de aanvoerder van de Messier lijst: M1, ofwel de krabnevel. Hier moet ik met de telescoop toch eventjes naar zoeken. Lijkt een beetje een ruitvorm te hebben en een korrelige structuur binnenin. Met de bino dan snel en makkelijk gevonden, hij springt meteen in het oog maar er blijft niet veel meer over dan een klein (toch nog iets groter dan verwacht) vlekje.

De kracht van de verrekijker begint duidelijk te worden, dus ik besluit om een echte kuitenbijter op te sporen: M76, ofwel de kleine halternevel. Eerst maar eens met de dobson. Na enig zoekwerk in dit lastige gebied uiteindelijk met OIII te zien als een prachtig klein(!) klokhuisje in Perseus. De gelijkenis met zijn grotere, kosmische equivalent (the Big Apple) in Vulpecula is treffend.

Als starhop maak ik van de sterren Nimbus, phi Per en HIP 8063 (achteraf opgezocht, bedankt Stellarium) een soort hijskraantje, met deze kleine rakker aan de haak. Werkt perfect! Met wat fantasie valt er een hoop te vinden zo merk ik.

Nu de uitdaging; in de verrekijker volg ik dezelfde stappen en na enig turen prijkt daar perifeer een klein, vaag, stellair objectje op de juiste plek! Dat is een onverwacht succes en mijn bewondering voor de 15×70 neemt alleen maar toe.

Met deze boost van zelfvertrouwen ga ik op jacht naar M97, ofwel de uilnevel.

Eerst maar weer eens met de telescoop (Pan 24 + OIII). Dit blijkt lastig; de grote beer is gekanteld t.o.v. de PSA en het dier lijkt een sprong richting zenit te maken. Ik volg steeds het stappenplan vanuit Merak, maar kom niet bij de uilenkop uit. Dan ineens na wat frustratie-zwiepen met de tubus krijg ik een bijna perfect rond vlekje in beeld. Niet zoals het hoort, maar soi… Als ik direct kijk, durft de uil me niet aan te kijken, maar als ik mijn blik afwend doet hij zijn zwarte oogjes open. Een beetje een verlegen vogel dus…

Dan met de verrekijker; in no time gevonden! Details ontbreken uiteraard maar de uil lijkt nu aan een parachute van 3 sterren te “hangen”, leuk gezicht. Terwijl ik hier naar kijk, valt mij iets ten noorden een heel klein flauw schijnsel op. Als ik mijn blik erop richt valt het weg, maar als ik mijn ogen wat beweeg begint het schijnsel iets te knipperen. Het ziet er dan uit als een streepje, maar het is zo zwak dat het bijna wegvalt tegen de achtergrond. Controle in de PSA leert mij dat ik M108 heb gezien. En deze was voor mij een stuk lastiger (achteraf de lastigste van de avond) dan M97 en M76.

Het “streepje” dat ik zag bleek geen toeval, de bijnaam van M108 is namelijk “surfboard galaxy” zag ik later op internet.

(Mocht iemand zich trouwens afvragen hoe ik alle details wat ik heb gezien in godsnaam allemaal onthoud; mijn geheugen is als een zeef en ik maak dankbaar gebruik van een memorecorder voor dit soort waarneemsessies. Ideaal, mits je de enige waarnemer bent uiteraard…)

Even tussendoor de kijker op de bijenkorf of M44 gericht. Ook met het blote oog over een groot gebied te zien, maar komt in een beeldveld van 4.4° pas echt tot zijn recht. Bijna beeldvullend, veel sterren met mooie veelal blauwe en gele kleur.

De objecten van de maand zijn nu aan de beurt, te beginnen met NGC 1647. Een leuk cluster die ik inderdaad nog nooit gezien had vanwege de showpieces dicht in de buurt. Heeft een beetje een piramidevorm met 2 sterren er direct onder en daaronder nog een lijn van sterren. Apart.

Het tweede is NGC 2355 en blijkt wat lastiger te vinden. Een heel klein open cluster waar weinig in te herkennen valt (al helemaal geen star wars figuren!)

Ondertussen is het een uur of 23.00 en begint het flink koud te worden! De thermobroek houdt mijn benen warm (genoeg), maar de schoenen met voering van schapenwol + thermosokken kunnen niet voorkomen dat mijn tenen als 10 ijsblokjes aan het einde van mijn voeten aanvoelen. Ook de wielrenhandschoentjes zijn veel te dun waardoor mijn vingers af en toe flink gaan tintelen.

De wind valt me nog reuze mee in vergelijking met de afgelopen dagen. Wel zijn er zo nu en dan vlaagjes die de dobson in een windvaan veranderen, de bino roert zich gelukkig niet op zijn statief. Volgende keer toch maar proberen de auto wat meer strategisch op te stellen. De vochtigheid valt me ook erg mee. De buis en vangspiegel houden het droog en mijn zelf gefabriceerde dauwkapje voor de zoeker doet ook zijn werk. Niets is zo irritant als een beslagen zoeker als je net lekker bezig bent om wat Messiers te verslinden!

Het volgende object dan, de eerste en enige bolhoop van de avond: M79. Deze had ik nog niet eerder gezien, waarschijnlijk vanwege de toch wel lage stand. Nu is het wel zo’n beetje het beste tijd om hem een bezoek te brengen. Hij is klein en vrij gecondenseerd en verder zie ik er niet veel aan. Vergeten met de 15×70 te bekijken.

De M41 dan, een grote sterrenhoop onder Sirius. Deze zag ik al wel vaker en blijft een mooie hoop, vooral door de verrekijker. Heeft een onregelmatige vorm en ik tel zo’n 10 heldere sterren waarbinnen zich nog tientallen zwakkere broeders bevinden.

Door naar M50 boven Canis Major. Deze kleinere cluster met 4 of 5 heldere hoofdsterren is ook wat vormloos en een stuk compacter dan zijn meer zuidelijk gelegen buurtgenoot.

Ik zwiep de verrekijker naar links voor de volgende twee slachtoffers: M47 en M46. Deze twee mogen dan in het firmament en in Messier’s catalogus dicht bij elkaar liggen, ze vertonen een enorm verschil in helderheid en het is lastig om ze los te weken in dit rijke melkweg-gebied waar ook nog wat NGC’s in de buurt liggen. Goed controleren dus in de PSA of ik ze wel echt zie! M47 is een bescheiden cluster met zo’n 8 heldere componenten, waarbij M46 er meer als een lichtvlek of als een uitgeslagen bolhoop uitziet. Lang zo helder niet als zijn buurman. Heel mooi om ze samen in de kijker te hebben.

Na lang zoeken krijg ik dan eindelijk M93 in beeld. Deze komt niet hoog en eigenlijk moet ik nog tot een uur of 1.00 wachten voor het beste zicht, maar dat wil ik niet want het is kooouuuuddd!

Dit object staat eigenlijk op 2 pagina’s in de PSA en vanwege de lage stand is het lastig starhoppen. Ik had hem al een paar keer gezien en vermoed dat het hem was, maar na een kwartiertje durfde ik het pas met zekerheid vast te stellen.

M93 is een heel klein, compact sterrenhoopje, bijna nevelig. Ik ontwaar er 2 heldere sterretjes in, misschien nog 1 of 2 meer. Het stelt niet veel voor.

De hekkensluiter van vanavond is M48. Deze was redelijk snel gevonden, al staat deze cluster in een voor mij niet zo bekend gebied met weinig “signposts” ofwel echt heldere sterren in de buurt. Na 5 minuten gevonden nabij een clubje sterren dat zichzelf “C” (?) noemt. Een wat uitgeslagen sterrenhoop met wat heldere sterren in het centrum.

Om 23.45 hou ik het voor gezien en pak de boel weer in.

Uiteindelijk heb ik 22 Messier objecten en nog wat bijvangst gezien, een erg geslaagde avond dus! Vooral het zien van M74, M76, M97 en M108 doen mij deugd, omdat deze erg lastig zijn met een verrekijker. Deze mini-marathon heeft mij weer een hoop geleerd en geeft mij weer wat meer ervaring en zelfvertrouwen in de aanloop naar de echte marathon begin maart.

Opvallend: Ik heb de rest van de avond geen enkele meteoor meer gezien.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s